Terug
Bookmark and Share

Stel je een landelijk en herderlijk landschap voor. In de bomen tjilpen de vogeltjes. In de velden huppelen eekhoorntjes en konijnen. Op de boerderij zorgen boer Stevieen zijn vrouw Janine voor de koeien en de varkens. Een beetje verder regelt Police het verkeer van de fiets met fietszakken van Postbode. Op de heuvel aan de overkant staat het huis van Paard, waar ook Cowboy en Indiaanwonen.

Cowboy kwam er als eerste nadat hij bijna een beer had neergeschoten (beren zijn wraakzuchtig). Indiaan is in Amerika geboren; hij is in Europa gestrand nadat hij is blijven hangen aan een pijl die hij (per ongeluk) in een vis had geschoten (vissen hebben blijkbaar een goed uithoudingsvermogen). Omdat hij nogal een speciale Indiaan is, die even slecht is in pijlen schieten als in oriëntatie en omdat Paard hoffelijk is, woont hij er nog steeds (paarden zijn gastvrij zoals iedereen weet).

Welkom in het Dorp. Het leven gaat hier zijn gangetje. Behalve wanneer Paard een taart bakt en Indiaan ’s nachts opstaat om er even van te proeven. Of wanneer Robin het dak van de boerderij afbreekt en Stevie kwaad wordt. Of wanneer Cowboy en Indiaan de rode tractor van Stevie pikken, die er opnieuw woest van wordt. Of wanneer Indiaan de beker van de wielerkoers steelt wat Meneer Eddy (die met de gele trui) woedend maakt. Of wanneer er mysterieuze wezens bakstenen stelen, en wanneer Paard, Cowboy en Indiaan voor een lange reis vertrekken.

Wanneer dit alles gebeurt, slaat de “Paniek in het Dorp” toe, het universum dat in het brein van Stéphane Aubier en Vincent Patar ontsprongen is, waar de helden kleine poppetjes zijn, die van de boerderij, de cowboytjes en indiaantjes van toen we kind waren. Na 20 afleveringen van 5 minuten die onder andere op Canal + uitgezonden werden, hebben Cowboy, Indiaan en Paard een echt groot avontuur meegemaakt in een langspeelfilm waarvan de productie 20 maanden hard labeur heeft gekost.

Van kort naar lang

“Paniek in het Dorp”, de eerste langspeelfilm van Stéphane Aubier en Vincent Patar, is het logische gevolg van 15 jaar uitzonderlijke samenwerking. Er bestaan in de filmgeschiedenis enkele voorbeelden van magische duo’s. Aubier en Patar is zo een duo. Ze zijn nog prille veertigers die er jonger uitzien. Wanneer je hen bezig ziet in hun hol in de Fortstraat in Sint-Gillis, heb je de indruk dat er twee animatiestudenten zitten van La Cambre op het einde van de jaren 80.

En 1988, déjà, le tandem fait rire aux éclats le public du Festival d’animation de Bruxelles, futur Anima, avec le « Pic Pic André Shoow » (sic). Ce premier court-métrage en commun réunit l’amour/haine de Pic Pic et André, le mauvais cheval, « qui aime bien pinter », sarabande au trait minimaliste qui se termine immanquablement par la mort du second. Dans la deuxième partie du « shoow », Pic Pic « le Cochon Magik » rêve des contes de fée colorés à la Disney, qui viraient immanquablement au délire à la Chuck Jones.

Reeds in 1988 tijdens het animatiefestival van Brussel, dat later het Anima-festival werd, kreeg de tandem het publiek aan het lachen met de “Pic Pic André Shoow” (sic). Deze eerste kortfilm die ze samen hebben gemaakt, vertelt de haatliefde relatie van Pic Pic en André, het slechte paard “dat graag pinteliert”, een minimalistische komedie die onvermijdelijk eindigt met de dood van de tweede. In het tweede deel van de “shoow”, droomt Pic Pic “het magisch varken” van gekleurde sprookjes à la Disney die ook steevast omslaan in een Chuck Jones-delirium.
Gedurende de tien volgende jaren levert het duo drie andere afleveringen van de “Pic Pic André Shoow”, met een anticartesiaanse nummering (“Pic Pic André Shoow - the First”, “Pic Pic André Shoow - de tweede”, “Pic Pic André Shoow - vier min één”). Hun bijtende humor en hun zin voor het absurde veroveren iedereen die hun film ontdekt. Hij telt dan ook snel een schare trouwe fans.

Met regisseur Rémy Belvaux als bemiddelaar (“C’est arrivé près de chez vous”), ook een oud-student van La Cambre, ontmoeten Stéphane en Vincent Vincent Tavier, co-stichter van La Parti Production. “Op een dag vertelden ze mij dat ze het beu waren om naar geld te zoeken, vertelt Vincent, die later hun producer ging worden. In tien jaar tijd hadden ze al bij al maar 60 minuten animatie gemaakt! Toen ik heel hun productie onder de loep nam, zag ik een oude film van Stéphane met geanimeerd speelgoed”. “Panique au Village”, in 1991 enkel door Aubier gerealiseerd, was een soort vrolijke waanzin van een groot kind dat een verhaal tegen zichzelf vertelt. Niet dat dit verhaal ergens op slaat, maar als het al ergens op slaat, dan is het wel op een totaal geschifte manier. De auteur animeerde op artisanale wijze speelgoed dat hij in rommelmarkten opviste: cowboys, indianen en boerderijdieren. De stemmen zijn zo goed als geïmproviseerd. Het resultaat is een bezeten en overdreven verhaal. Maar Tavier en de twee kompanen vinden hier iets is dat uitgediept moet worden.

Een pilootversie van “Paniek in de Keuken” wordt voorgesteld op het festival du dessin animé van Brussel in 2000. Een ongebreidelde vertelstijl, absurde moppen, karikaturale stemmen en vooral het ludiek en universeel karakter van het concept slaan aan (er wordt hier wel met cowboys, indianen en boerderijdieren gespeeld…). Wanneer Vincent Tavier en Philippe Kauffmann, zijn productiepartner in La Parti, de pilootversie voorstellen, krijgen ze de steun van de Franse gemeenschap, van Promimage en Canal+ Frankrijk. Twintig afleveringen van vijf minuten worden in 2001-2002 gedraaid, in veertien maanden en voor 900.000 euro.

Fred Jannin, Bouli Lanners en Benoît Poelvoorde verlenen (toen al) hun stem aan de personages. De serie heeft heel veel succes in België, Frankrijk en stilaan ook over de hele wereld: Duitsland, Spanje, Italië, Scandinavië maar ook Korea, Japan en zelfs Iran! In Engeland verzorgt de studio Aardman (Wallace en Grommit) niet alleen de distributie (de serie wordt in de Verenigde Staten op Nickelodeon uitgezonden) maar realiseert ook de Engelse versie ervan!

Het scenario

In een van de afleveringen van de serie, “De kaartdieven”, ontdekken we een onderzeese wereld die een omgekeerde weerspiegeling is van het dorp. Plots gaat in deze uitbundige actie een poëtische wereld open die veel potentieel heeft en nieuwe avonturen voorspelt. Aubier, Patar en hun producenten die over een langspeelfilm mijmeren, kiezen deze aflevering om hun inspiratie de vrije loop te laten. Maar de overgang van een kortfilm naar een langspeelfilm is een hele uitdaging. In de serie werd bijna alles in long shot gefilmd. De personages, hoewel ze tot “leven” kwamen dankzij hun verschillende houdingen, bleven toch statisch. “De moeilijkheid ten opzichte van de serie, legt Vincent Tavier uit, is dat de personages uitdrukkingsloos zijn, ze hebben geen bewegende ogen. Je moet het hebben van de actie en de dialogen. En dan nog, Stéphane en Vincent hebben de neiging om de dialogen tot het minimum te beperken. In een langspeelfilm moet je meer diepgang geven aan de personages”.

Het schrijven en verfijnen van het scenario zal veel tijd vragen. “Het schrijven van een animatie-langspeelfilm is een werk van lange adem, vertelt Vincent Patar in 2006. Ik ken weinig mensen die dat in minder dan twee, twee jaar en half voor elkaar hebben gekregen. Het moet veel nauwkeuriger geschreven worden dan een fictie-langspeelfilm. En in ons geval is dit nog meer het geval omdat alles op actie en ritme steunt. We kunnen het ons niet veroorloven om te langdradige emotiescènes te maken”, voegt zijn collega eraan toe. Vincent Tavier onderstreept ook nog waarom deze wereld zo origineel is en waarom er geen referentiekader bestaat: “Eigenlijk vertrekken we van niets, maar als je kijkt naar wat er sinds 50 jaar in animatie gebeurt, is het vertrekpunt vaak mythes en legendes die in het collectief geheugen staan.”

Vincent Tavier en Guillaume Malandrin hadden twee jaar nodig om het scenario te schrijven. Daarnaast moesten de producenten 3,5 miljoen euro verzamelen voor het budget van de film. La Parti Production heeft zich tot trouwe partners gericht: Beast Animation, les Films du Grognon (in Namen), de Luxemburgse producent Mélusine Productions, het jonge bedrijf Made In Productions (Frankrijk),… Elk van hen geraakt aan zijn eigen openbare steun. In België hebben de Franse Gemeenschap, het fonds Wallimage, het Vlaams Audiovisueel Fonds en het Tax Shelter de productie ondersteund. De verdelers CinéArt (België) en Gebeka (Frankrijk), de internationale verkoper Coproduction Office, de televisiekanalen Canal+ en de RTBF hebben ook snel deelgenomen aan het project.

Eind april 2007 was de financiering rond en werd het team samengesteld. De productie kon van start gaan.

Preproductie

“Hier komen de historische woorden…”, zegt Stéphane Aubier. “Welkom iedereen”, gaat Vincent Patar verder. “We gaan een langspeelfilm maken”, voegt Aubier eraan toe. Lachsalvo in de vergaderzaal van de studio van Beast Animation, achter Tour en Taxis in Brussel, op 4 mei 2007. Voor zover het plechtige moment… De twee regisseurs hebben een beetje last van plankenkoorts, maar we zitten hier onder ons. Er zitten zo’n twintig mensen rond de tafel, waarvan sommigen aan de televisieserie hebben meegewerkt. Zo zien we onder anderen Philippe Kauffmann en Vincent Tavier, producenten, en Ben Tesseur en Steven De Beul, stichters van de studio Beast Animation, waar twee derde van de opnames zullen plaatsvinden. Zij zullen ook hun steentje bijdragen, de eerste als eerste assistent-regisseur, de tweede als hoofdanimator.

Het begin van de opnames is voorzien in september. Tot dan is er nog veel werk aan de boeg. De twee auteurs-regisseurs maken zich nog kopzorgen over het scenario. Ze hebben een animatic in elkaar gestoken, een beknopte visuele montage met geluid van het storyboard (het scenario in beeld gezet). Samen met de monteuse Anne-Laure Guégan, die al aan de serie gewerkt heeft en die de langspeelfilm zal monteren, proberen ze het juiste ritme te vinden en de stukken te identificeren die niet vlotten. “De duur van elke scène moet heel nauwkeurig bepaald worden, zodat de animatoren exact weten wat ze moeten animeren”, legt Anne-Laure uit. “Door de beelden van het storyboard met het geluid te monteren zien we waar het strop loopt. Zo weten we ook precies wanneer een long shot of een close-up nodig is, bijvoorbeeld”. Kortom, in animatie wordt de film gemonteerd nog voor hij gedraaid wordt: zo vermijden we onnodige scènes te draaien of vergeten we geen sequentie die noodzakelijk is voor het goede begrip. In totaal zullen er zes versies zijn van het storyboard en drie verschillende animatics.

Tegelijkertijd begint het decoratieteam met de papier-maché.
De decors van de serie en alle resterende poppetjes van de “acteurs” van de film worden uit de kelder van de studio gehaald. Het team moet alle objecten en accessoires maken: meubels, wagens, diverse huisraad en nieuwepersonages…Hiervoor geven de twee regisseurs technische tekeningen aan de deco-, accessoire- en poppenteams. Aubier en Patar, als ervaren rotten, hebben kaften voorbereid met voor elk universum of sub-universum tekeningen of technische schema’s van al wat nog gefabriceerd moet worden. De juiste kleuren voor de personages moeten ook gevonden worden. Oorspronkelijk gebruikten Aubier en Patar de verf die gebruikt was voor de traditionele cellofaan van animatie. Maar deze techniek wordt steeds zeldzamer en dus moest er een beroep gedaan worden op een van de laatste fabrikanten in Spanje. Daar werd ook een voorraad van 10.000 (miniaturen) bakstenen besteld, essentiële accessoires voor het scenario. Deze eerste voorbereidende fase zal heel de zomer van 2007 in beslag nemen. Op 22 oktober kunnen Cowboy, Paard en Indiaan tot leven komen.

De opnames

De opnames zelf zijn een flinke boterham. Paniek zal niet alleen op het scherm voelbaar zijn. Het beeld per beeld animeren van de poppetjes van Cowboy, Indiaan, Paard, Koe of Varken vergt heel wat tijd. De bedoeling is om het werk over drie sets te verdelen: twee voor de effectieve opname, de derde set als voorbereiding. Animatie is voor Stéphane en Vincent niet alleen een opleiding maar ook een roeping en ze staan erop hun acteurs zelf te “aan te sturen”.

Voor de leken onder ons noteren we de volgende eigenaardigheid: op de set staat er geen camera maar wel een digitaal fototoestel. Elke beweging wordt met een zeer hoge resolutie gefotografeerd. Het samenvoegen van elk beeld geeft de illusie van beweging. Telkens de animator een poppetje verplaatst, kan hij op het controlescherm (of line test) nagaan of dit beeld al dan niet exact aansluit bij het vorige. Wanneer dit niet het geval is, moet hij de verplaatsing van de pop corrigeren. Indien de beweging correct is, kan hij de foto opslaan. De camera wordt niet aangeraakt, want dat zou een minieme verplaatsing kunnen veroorzaken waardoor het beeld zal trillen: een tweede computer, de shoot, controleert het apparaat. Zijn harde schijf is eigenlijk de film. Tip: om tijd te winnen en ook om het gewilde schokkende karakter van de animatie te bewaren, kan hetzelfde beeld twee keer genomen worden. Zo hebben we slechts 12 bewegingen per seconde maar wel 24 beelden, wat een absolute voorwaarde is voor een projectie van kwaliteit in de bioscoop. Het heen en weer lopen van de animator tussen het decor en de computers heeft iets weg van het ballet van een uiterst geconcentreerde benedictijn: zoals een schaakspeler moet een animator altijd zijn volgende bewegingen anticiperen.

Elk shot vraagt soms lange voorbereidingen. “Voor sommige shots hebben we een goed gevoel, voor andere knoeien we wat meer”, vertelt Stéphane. “Het shot waar ik nu aan bezig ben, bijvoorbeeld”, zegt Vincent, “is een breed shot, met het hoofddecor. Er moet wat leven en sfeer in komen, bijvoorbeeld een kip die in een hoek aan het scharrelen is. Al deze kleine bewegingen nemen veel tijd in beslag, maar ze geven uiteindelijk wel de juiste sfeer weer.” Vandaag werkt een van de decorbouwers met Vincent, terwijl de chef-operator verschillende belichtingen test op de set waar Stéphane werkt. Voorbereidingen die soms lang en eentonig zijn. “Het gebeurt vaak dat we maar om twaalf uur en soms 16 uur kunnen beginnen met animeren, omdat de belichting lang geduurd heeft en ingewikkeld was, onderstreept Stéphane. Het is ook moeilijk voor de tandem om een scène te animeren en om tegelijkertijd toe te zien op het werk van het artistiek team - decorbouwers, accessoiristen, ontwerpers van de personages, chef-operator,… Tijdens de eerste weken loopt de planning reeds een vertraging op die de gedelegeerde producent Philippe Kaufmann grijze haren zal bezorgen … Maar de eerste resultaten zijn hoopgevend. Op het einde van de eerste opnameweek is Stéphane Aubier opgetogen: “Paniek…” op scopeformaat zien is nogal verrassend, en het geeft zin om naar de film te gaan kijken. “We hebben sequenties gedraaid van het begin, het midden en het einde van het verhaal. Nu hebben we verschillende sferen die een goed beeld geven van het geheel.”

Verhuis

In maart 2008 worden de opnames enkele dagen onderbroken. Het moment is aangekomen om te verhuizen van de studio van Beast Animation naar die van 352 en Mélusine Productions in het Groothertogdom Luxemburg voor het laatste deel van de opnames. Alles wordt in dozen gestoken: alle poppen en accessoires moeten voorzichtig in gewatteerde kisten gestoken worden. Terwijl een deel van het team zich bezighoudt met inpakken, worden de laatste “Brusselse” scènes opgenomen. Om sneller te gaan en een deel van de vertraging goed te maken, komt er naast Stéphane Aubier, Vincent Patar en Steven De Beul, een vierde animator bij: Florence Henrard, die ook nog in La Cambre heeft gestudeerd.

Door de opgelopen vertraging, wordt er beslist om het aantal shots te verminderen van 1022 tot 915. In Luxemburg zullen er 40 shots per week worden gedraaid. Op 4 april is het team er klaar voor en alles moet af zijn op 6 juni, dus negen en half weken intensieve opnames. Wat bijzonder is: in Brussel ging iedereen ‘s avonds gewoon naar huis, maar met de opnames in Luxemburg leeft iedereen als in een “kolonie”, zoals Philippe Kauffmann dat verwoordt. Bij 352 worden enkele van de meest complexe scènes gerealiseerd, onder andere het laatste deel van de film, in de onderzeese wereld. De indeling van de studio laat een betere organisatie toe. In de hoofdruimte van de studio worden zes decors in stervorm opgesteld rond een centrale plek waar de decors en de accessoires gemaakt worden. Geen onnodige verplaatsingen meer en een meer efficiënte communicatie. Op 6 juni wordt de doelstelling bereikt. Na 260 productiedagen en 144.000 geanimeerde beelden is de eigenlijke opname van “Paniek in het Dorp” afgerond.

De kunst van het geluid

Tijdens de zomer van 2008 begint de postproductie: montage, speciale effecten en geluid. Fred Piet, de geluidsmonteur, later met Valène Leroy, heeft al meegewerkt aan de televisieserie van “Paniek…”, maar dit is iets helemaal anders. “Het aantal geluidspistes moet met 5 vermenigvuldigd worden”, zegt hij, al turend naar twee computerschermen die hij gebruikt als virtuele montagetafel. Op een enorm digitaal tv-scherm kan hij ervoor zorgen dat het geluid correct ingevoerd wordt. Fred beschikt over controle-geluidsfragmenten die van de serie komen. Toch heeft hij nog een lijst opgesteld van 4 pagina’s met ontbrekende geluiden.

Tegelijkertijd, in de studio van Genval-les-Dames, creëert geluidstechnicus Bertrand Boudaud de gevraagde geluiden. Deze Fransman is ook een oude collega van de serie. Hij werkt voor een groot scherm waar de beelden van de film geprojecteerd worden. Hij moet ervoor zorgen dat het juiste geluid exact op het juiste beeld past. Het is een zeer fysieke job, hij zal zelfs gedurende weken op een baksteen moeten spelen.
Geluid betekent natuurlijk ook stemmen. In het najaar worden de definitieve dialogen opgenomen door de acteurs die hun stem lenen aan Cowboy, Indiaan, Paard, Stevie, Ezel, Mvr Longrée, enz. Patar en Aubier behouden zich het recht om de stemmen van hun helden te doen - Paard voor de eerste, Cowboy voor de tweede - maar het team verzorgt de stemmen van de rest van de casting. Benoît Poelvoorde speelt opnieuw de rol van de nurkse Stevie, Fred Jannin die van Police en Gérard. Een nieuwkomer, actrice Jeanne Balibar leent haar zoetgevooisde stem aan Mvr. Longrée.

Beast Animation contacteert Jan Eelen als stemregisseur voor de Vlaamse versie van de film.

De hoofdrollen worden vertolkt door Bruno Vanden Broecke als Paard, Jelle De Beule als Indiaan en Tom Van Dyck als Cowboy. Andere stemmen worden gespeeld door Wim Opbrouck, Jonas Geirnaert, Frank Focketyn, Lucas Van Den Eynde, Sien Eggers, Tanja Van der Sanden en An Miller.

Muziek, maestro!

Muziek blijft fundamenteel deel uitmaken van animatiecinema. Daar werd al in een vroege fase aan gewerkt en de twee regisseurs wisten toen al dat er een maximum aan on-muzieken moest zijn, dat is muziek die de personages zelf horen, op de radio of op een feestje bijvoorbeeld. Enkele off-liedjes worden toch nog gedraaid, onder andere voor achtervolgingsscènes en voor de twee generieken (begin- en eindgeneriek), die voor de gelegenheid gecomponeerd werden door Dionysos.
De rest van de playlist van de film is “Paniek” ten voeten uit: eclectisch en met een hoek af.

Buiten een originele compositie van French Coboy (een onvergetelijk electro-stuk voor de verjaardag van Paard) horen we ook muziek van Bernard Plouvier (Mad Dog Loose, Be Plouvier…), Reverend Beat-Man (Zwitserse punk) of de onsterfelijke slow Sag Warum van Camillo Felgen…

De montage

Het leeuwendeel in de postproductiefase is en blijft de montage. Vanaf het einde van de opnames in juni kruipen Stéphane Aubier en Vincent Patar opnieuw achter hun schermen samen met Anne-Laure Guégan en Valène Leroy (die de geluidsmontage op zich heeft genomen en dit zal blijven doen tot het einde van de mixage). Dit langdradig en saai proces is samen met de opnames begonnen en zal tot eind 2008 duren. Het is namelijk geen makkelijk taak voor de twee regisseurs en animatoren om hele scènes te schrappen, of nog maar zelfs enkele secondes in het begin of op het einde van een shot: ze weten maar al te goed hoeveel werk erin gekropen is.

In oktober organiseren de producenten een reeks privé-vertoningen, in besloten kring, om het resultaat te evalueren. Anne-Laure, op van de zenuwen, is tijdens één van deze sessies gewoon uit de montagestudio moeten vluchten, niet in staat om naar de projectie te kijken. De opdracht van Vincent Tavier aan de twee regisseurs en zijn monteuses was: “Wees radicaler”. Op dit moment geeft de eerste montage een vlotte en heldere indruk maar er ontbreekt nog een zekere nerveusheid die je wel in de serie had. Over de vaste shots op sommige personages vertelt Vincent met humor: “Als je kijkt hoelang het duurt voor de personages iets door hebben, heb je de indruk dat de informatie met de Post gaat! We moeten dergelijke vertragingen verantwoorden”, verklaart Anne-Laure. “In de serie konden we een beetje inbreuk doen op het verhaal om de nadruk te leggen op de moppen”. (Vincent verzacht dit een beetje: “Niet altijd…”). “Maar dit kan hier niet, omwille van het evenwicht van de film” gaat Anne-Laure verder, die de vinger legt op één van de problemen: “Cowboy, Indiaan en Paard beleven in de film een groot avontuur, en dát is de essentie van het verhaal. Maar toen ik de eerste montage opnieuw bekeek, heb ik vastgesteld dat het echte avontuur maar na 45 minuten echt van start ging, wat veel te laat is.”

Terug naar de werkbank. De film wordt verfijnd, hier en daar gaan er enkele seconden af. Een scène verdwijnt en duikt later opnieuw op, maar dan ergens anders. Wanneer de definitieve geluidseffecten en stemmen toegevoegd worden, werkt de magie eindelijk. Een voordeel van een animatiefilm ten opzichte van een film met echte acteurs is dat “je de dialogen kan herschrijven en opnieuw opnemen. Zo kunnen sommige situaties verduidelijkt worden en kunnen we ritme geven aan andere scènes.”

Tijdens een nieuwe voorstelling begin januari 2009, zorgen de lachsalvo’s in het publiek ervoor dat er geen twijfel meer bestaat: “Paniek in het Dorp” heeft zijn tempo gevonden. Het grote avontuur van Cowboy, Indiaan en Paard achter de schermen loopt ten einde. Ze kunnen nu verder op het grote scherm.

Het einde van de tunnel

Werken aan het beeld

Ondanks de wil om het artisanaal en huisgemaakt karakter van de animatie en de decors te behouden, werden de beelden hoogtechnologisch bewerkt. Dit is de verdienste van de gebroeders Talbot die samen met Cristophe Lebrun en Cyril Fernandez al sinds oktober 2007 gestart zijn met het opkuisen van de opgenomen beelden. Een voor een hebben ze ieder opgenomen beeld gecontroleerd (er zijn er meer dan 60.000!) om er het stof van weg te werken, of de “stokjes” te verwijderen die de animatoren gebruiken om personages of decors op hun plaats te houden. Ze brachten ook basisverbeteringen aan voor het licht en de kleuren. Buiten dit “opkuiswerk” zijn er ook nog een paar echte visuele effecten geprogrammeerd… te ontdekken in de film!

Nadat de infografie en de speciale effecten in januari 2009 afgerond werden, gingen Stéphane Aubier en Vincent Patar samenzitten met Peter Bernaers van Mikros Image voor de ijking van de film. Dit is het uniform maken van het beeld, om zo een plastische samenhang te krijgen op het scherm, en waar nodig bepaalde sferen te benadrukken. Een essentieel punt is dat de ijking ervoor zorgt dat wat er op het scherm te zien is, overeenkomt met wat de regisseurs en de chef-operator voor ogen hadden.

Nu rest er nog alleen maar de beelden op een film over te zetten… Dit is wat “kinescopage” genoemd wordt, al is dit niet de juiste term, weet Gilles Bissot, die samenwerkt met Paul-François Fontigny. “Oorspronkelijk maakte men televisie met films, videobanden bestonden toen niet. Beelden werden dus in real time op een film-drager uitgezonden. Je kan het dus vergelijken met cinema die gefilmd werd met een televisiecamera. Dát was “kinescopage”. De uitdrukking werd hergebruikt voor iets wat in het Engels “tape to film transfer” heet, wat zin had in de tijd van videocassettes. Nu, in tijden van digitale beelden, ontvangen we films in elektronisch formaat maar hebben we toch nog films nodig om ze in de zalen te vertonen. Idealiter zou men dus van “opname op film” moeten spreken”.

De mixage

Naast het ijkingswerk moet de geluidsmenging van alle geluiden afgewerkt worden. Dit subtiel werk wordt verzorgd door Franco Piscopo, trouwe assistent van Patar en Aubier (zijn naam stond reeds op de generiek van de “Pic Pic André Shoow”). Nog meer dan in een film met echte beelden geeft de mixage reliëf en textuur aan een animatiefilm… De hulp van Benoît Biral aan de mixagetafel kunnen ze dus goed gebruiken om de 350 geluidspistes te mixen!

Eerste voorstellingen


Alle camera’s zijn uit, Cowboy, Indiaan en Paard maken zich nu klaar om als echte sterren op promotoer te gaan. De eerste uitstap was het Salon du Cinema in Parijs in januari dit jaar. Het was de uitgelezen gelegenheid om de tentoonstelling in te huldigen van poppetjes en decors uit de film, een expo van Manu Demeulemeester, voorgesteld op Anima en later in Annecy.

Op hetzelfde Salon du Cinema in Parijs, begonnen producent Philippe Kauffmann, de Franse distributeur van de film, Gebeka, en het marketingbedrijf Mercredi aan de communicatie van “Paniek in het Dorp”. Want je moet niet alleen een goede film maken, je moet er ook voor zorgen dat hij de weg naar het publiek vindt en dat mensen zin krijgen om ernaar te gaan kijken!

Maar op dat nieuw avontuur (een stripverhaal, een making of, een plaat bij BANG, originele t-shirts of bakstenen barbecues, ….) is het nog even wachten!

Copyright – LA PARTI PRODUCTION / ALAIN LORFEVRE
  • Videos



  • Foto's

Bruxelles Export